Cannabis is niet gevaarlijk, de opiumwet wel!

   22 januari 2019

Wij staan voor normalisering van het gebruik van cannabis voor medicinaal gebruik. Ook voor het recht op zelfbeschikking, dus in ons geval dat we als patiënten het recht hebben om ons eigen medicijn te kweken – oogsten – drogen –  bewaren – vervoeren – verwerken en te gebruiken.  

De opiumwet is gemaakt om mensen te beschermen, echter is hij niet gemaakt om mensen kapot te maken, wat nu wereldwijd gaande is. Ook veel patiënten wordt onrecht aangedaan.

Dagelijks worden mensen geconfronteerd met invallen, omdat ze een paar cannabisplanten voor eigen gebruik kweken, of staande gehouden omdat ze cannabis in hun bezit hebben. Hier in Nederland is het bezit ervan gedoogd tot 5 gram, echter kunnen ze dit in beslag nemen, want vervoeren mag je het ook niet.  In sommige landen wordt je gevangen gezet omdat men cannabis gebruikt.

Als de opiumwet aangepast zou worden naar het amendement van L van Tongeren betreffende de thuisteelt van medicinale cannabis, zouden heel wat patiënten geholpen zijn.

Of als meer burgemeesters het lef tonen wat Noordanus in Tilburg heeft gedaan. In Tilburg hebben patiënten de mogelijkheid zich aan te sluiten bij PGMCG voor de medicinale thuiskweek, waarbij men onder strenge voorwaarden 5 cannabisplanten voor eigen gebruik mag kweken. Daarvoor kan je dit stappenplan volgen.

Brief van 12 september (zie hierboven)

In deze brief heb ik opgenomen dat ik onder de genoemde voorwaarden afzie van handhaving van mijn bevoegdheden indien er in een woning 5 of minder cannabisplanten worden aangetroffen ten behoeve van medicinaal gebruik.

In deze brief staat tevens dat ik heb gezocht naar een kader voor dit probleem en dat de brief in de lokale driehoek met het Openbaar Ministerie (OM) en politie is afgestemd.

Voor wat betreft mijn bestuursrechtelijk bevoegdheden zie ik af van woningsluiting conform artikel 13b Opiumwet. Dit staat overigens ook al in het zogenaamde Damoclesbeleid ten aanzien van niet-medicinale cannabisplanten opgenomen. Het gaat er om dat er sprake is van teelt voor eigen gebruik en dus geen bedrijfsmatige teelt. Aan mijn brief ligt dan ook geen besluit ten grondslag anders dan dat ik toezeg dat ik van handhaving afzie onder bovengenoemde voorwaarden. Een dergelijke toezegging is geen besluit in juridische zin en het is dan ook niet noodzakelijk om dit in een besluit conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op te nemen.

De voorwaarden in de brief zijn uitgebreid met de vertegenwoordigers van PGMCG besproken en zij zullen er voor zorg dragen dat patiënten die van plan zijn om gebruik te maken van de mogelijkheid zoals genoemd in de brief, een convenant met de PGMCG tekenen waarin zij verklaren zich aan de door mij gestelde voorwaarden te zullen houden. Tevens zullen de namen en adressen van deze personen bekend gemaakt worden aan het Team Toezicht & Handhaving om zodoende gerichte controles op naleving van de voorwaarden te kunnen uitvoeren.

Met vriendelijke groet,

mr. P.G.A. Noordanus

burgemeester van Tilburg

Hieronder een opsomming van een aantal artikelen uit de opiumwet

Lijst I hennepolie concentraat van planten van het geslacht Cannabis (hennep) verkregen door extractie van hennep of hasjiesj, al dan niet vermengd met olie

Lijst II  – hasjiesj een gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht Cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten
– hennep – elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden

Artikel 3b

1 Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 te bevorderen, is verboden.
2 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ter zake van openbaarmaking in het kader van medische of wetenschappelijke voorlichting.

Artikel 4

Het is verboden een middel als bedoeld in lijst I of II voor te schrijven op recept, tenzij het middel daartoe, in het belang van de volksgezondheid, is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Bij de maatregel kunnen voorschriften worden gesteld ter zake van het recept en het doel waarvoor een middel wordt voorgeschreven.

Een krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst.

Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. In het belang van de volksgezondheid kan, in afwijking van de eerste volzin, bij ministeriële regeling een middel worden aangewezen dat mag worden voorgeschreven op recept, zolang het middel tevens is aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid.
2 Het bestellen van een middel als bedoeld in lijst I of II, door:

a. beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 5, eerste lid,
b. instellingen en personen als bedoeld in artikel 5, tweede lid en derde lid, en
c. houders van een ontheffing als bedoeld in artikel 6,
geschiedt met inachtneming van bij ministeriële regeling vastgestelde voorschriften.
3 Het is verboden ter verkrijging van enig middel, in lijst I en II bedoeld:

a. een vals of vervalst recept aan te bieden;
b. een recept aan te bieden, waarin een andere naam of een ander adres is vermeld dan de naam of het adres van degene te wiens behoeve het recept is voorgeschreven.

Artikel 8

1 Een ontheffing kan slechts worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:

a. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de gezondheid van dieren wordt gediend;
b. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet, of
c. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2 of 3 krachtens een overeenkomst met:

1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;
2. een apotheker of apotheekhoudende arts;
3. een dierenarts;
4. een instelling of persoon, aangewezen krachtens artikel 5, tweede of derde lid;
5. een houder van een in een ander land verleende vergunning of ontheffing om de desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet.

2 Een ontheffing kan voorts worden verleend of verlengd indien de aanvrager deze nodig heeft voor het telen van cannabis krachtens een overeenkomst met Onze Minister.

Artikel 8a

1 Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en het Psychotrope Stoffen Verdrag en de bij of krachtens  deze wet gestelde voorschriften te verzekeren, of om misbruik van een middel als bedoeld in lijst I of II te voorkomen.

2 In de ontheffing wordt ten minste vermeld:

a. voor welke van de verboden, bedoeld in artikel 2 of 3 zij wordt verleend;
b. voor welke doeleinden zij wordt verleend;
c. op welk perceel of in welke lokaliteit de desbetreffende handelingen mogen plaatsvinden;
d. de wijze van opslag;
e. de wijze van beveiliging;
f. de manier waarop de voorraadadministratie is ingericht.

artikel 8h

Onze Minister draagt ervoor zorg dat:

a. in Nederland voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskundige toepassing van hennep, hasjiesj en hennepolie of voor de productie van geneesmiddelen;
b. de geteelde hennep, bedoeld onder a, wordt gebruikt voor een onder a genoemd doel.

Artikel 11

1 Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
2 Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3 Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4 Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
5 Indien een feit als bedoeld in het tweede of vierde lid, betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. Onder grote hoeveelheid wordt verstaan een hoeveelheid die meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.
6 Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.
7 Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in lijst II vermelde middelen, met uitzondering van hennep en hasjiesj.

Artikel 13b

1 De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
2 Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Deel deze pagina:
 Terug